Weerstand weg en weer wat wezenlijker

Weerstand weg en weer wat wezenlijker zijn

Vandaag heb ik mogen ervaren en voelen hoe het is door een ‘gevoel’ te gaan en hoe het voelt er voorbij te zijn.

1) Iemand heeft een mening over mij.
2) Ik verdedig mij.
3) Ik weet dat iemand mij probeert te veranderen.
4) Ik weet dat ik een afweer (muur) heb tegen deze verandering en die steekt de kop op.
5) Ik verbind mijn aandacht naar binnen, ik nader de plek waar ik de afweer (spanning) voel.
6) Ik voel, ik tast af, ik neem waar hoe ik wegtrek naar gedachten en ik zie hoe ik weer terugkeer naar de spanning. Ik verwacht niets, heb geen hoop, ik voel het zoals het nu is, ik wil niets en ik vind niets. Ik aanschouw.
7)Er zijn beelden, heel veel door elkaar heen, wijzende vingers die zeggen “Jij bent niet goed.” Ik neem waar hoe ik wegtrek naar gedachten en ik zie hoe ik weer terugkeer naar de spanning. Ik verwacht niets, heb geen hoop, ik voel het zoals het nu is, ik wil niets en ik vind niets. Ik aanschouw.
8) Ik hoor woorden in mij die ik ontvang: Heb je regelmatig moeten aanhoren dat je niet goed bent?” Er rolt een traan over mijn wang. Nog een traan. Ik voel het gebied waar mijn lever zit. Ik voel verkramping. Ik voel boosheid. Ik hoor woorden:”Waarom ben ik niet goed?”
9)Ik voel mijn middenrif verkrampen. Ik voel schokken op die plek net onder de onderste ribben. Ik hoor woorden:”Ik ben niet goed.” Het voelt alsof wie ik wezenlijk ben wordt afgeknepen van wie ik ben geworden. Er is een afstand tussen. Ik hoor woorden:”Wie ben ik geworden?”
10)Ik ga in de doffe pijn in mijn kuit. Beelden. De volgeplakte wezenlijke ik met op de huid rapporten, diploma’s, testuitslagen, ziekenhuisuitslagen, doktersuitslagen, uitkomsten van onderzoeken, CITO toets, eindgesprekken, wijzende vingers, blikken en blijken van onderwaardering.
11)Er rolt een traan over mijn wang. Ik ga in de pijn die ik voel in mijn middenrif. “Waarom ben ik niet goed zoals ik ben?” Ik blijf voelen. Het gevoel wordt duidelijker, te benoemen als kramp, pijn, het grijpt naar de keel. Het zakt traag weg.
12)Woorden. “Ik kijk naar mijzelf met andere ogen, ik kan mij werkelijk niet bedenken waarom ik niet goed zou zijn, wezenlijk, ver voordat er verwachtingen op mij werden geplakt en oordelen over mij werden gegeven waardoor ik ging proberen anders te worden met alle gevolgen van dien. En nu ik ogenschijnlijk anders ben geworden (goed, in de ogen van..) verdedig ik met huid en haar wie ik nu ben en dat ik goed ben zoals ik ben. Ik ben goed. Maar dat is de ‘ik’, ‘ik’ ben de verwachting/ voorspelling van anderen geworden.
Als ik ga onderzoeken en voelen dan is de deur open naar wezenlijk zijn en daar heb ik alleen maar prachtige gevoelens voor en er is een lach op mijn gezicht, ontroering voelbaar.
13)Ik ga opnieuw terug naar 1. Ik hoor de mening opnieuw. Ik hoor hoe een muur zegt:”Jij bent niet goed.” Ik kijk naar de muur en plots weet ik:”Je hebt geen idee hoeveel schade je aanricht, keer op keer, op de aardse mens die je als muur denkt te beschermen? Als muur tegen een ander zegt:”Jij bent niet goed”, dan zegt muur tegen de eigen wezenlijke mens:”Jij bent niet goed.” Je geeft jezelf een dreun, keer op keer. Het is muur (geworden persoonlijkheid) die dat doet. Het is maar een muur, het is geworden, het is niet echt. Achter die muur, zijn wij allen gelijk.Die achter de muur, zou nooit een mening hebben.

Namaste.